Lezing 3e zondag door het jaar, 22 januari 2012
Inleiding
De vorige week konden we lezen hoe Johannes en Andreas Jezus gevolgd waren en een dag met Jezus op stap waren geweest. Andreas was er zo blij door geworden dat hij zijn broer Simon Petrus erbij ging halen. Vandaag kunnen we lezen wat het beroep van deze mannen is en wat er met hen gebeurt.
Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
Jezus ging naar Galilea en vertelde overal de Blijde Boodschap van God.Hij zei: ‘De tijd is gekomen, het Rijk van God is dichtbij, bekeer je, ga goed leven en geloof in de Blijde Boodschap. God houdt van zijn volk, jullie moeten weer gaan leven zoals God dat wilt en Hij zal voor jullie zorgen. Toen Jezus langs het meer van Galilea liep zag Hij Simon Petrus en de broer van Simon, Andreas; zij waren vissers. ‘Ga met Mij mee,’ zei Jezus. De mannen lieten hun netten liggen en volgden Jezus. Een beetje verder zaten de broers Jacobus en Johannes. Ze wilden juist met de boot gaan vissen. 'Volg Mij,’ zei Jezus. ‘Ik zal je leren hoe je mensen moet vangen. Dat doe je niet met een net; dat doe je met bidden en preken en het goede voorbeeld geven.’ De twee broers lieten hun vader met de knechten bij de boot achter en gingen met Jezus mee.
Zo spreekt de Heer.De boodschap van het verhaal is:
Vandaag vraagt Jezus aan vissers om Hem te helpen met het evangelie bekend te maken. Evangelie betekent: ‘goed en blij nieuws’, Waar gaat dat goede nieuws dan over? Dat gaat over Jezus. Na zijn dood is Jezus weer écht levend geworden. En ook wij leven verder na de dood, bij God, dankzij Jezus. Is dat geen geweldig goed nieuws. In een krant lees je ook altijd nieuws. Maar als de krant uit is, gaat die bij het oud papier, want niemand leest oude kranten. Je hebt niets meer aan dat oude nieuws. Het evangelie van Jezus blijft nieuw nieuws. Elke dag praten mensen over dit blijde nieuws, thuis, op school, in de kerk, op het Bijbelclubje en soms gewoon op straat, of in de tram, bus of trein. We praten erover alsof het vandaag in de krant staat. Zo gaat het al eeuwen lang.
Vroeger leefde er een pater. Pater Jan Brugman. Hij vertelde overal het evangelie en kon prachtig vertellen en geweldig praten. De mensen luisterden met open mond naar hem. Later zeiden de mensen tegen iemand die goed kon praten:’Je praat als Brugman’. Aan deze pater merkt je wel dat het evangelie écht nieuws is. Nieuws dat we nooit vergeten. Het evangelie gaat niet op de stapel oud papier. Jezus vraagt heel veel vrienden het evangelie door te vertellen. Hij vraagt het ook aan ons, aan jou en mij. Durf je andere te laten zien dat je gelooft en veel van Jezus houdt?
Laten we deze week proberen om vaker over Jezus te vertellen en als dat te moeilijk is, om net zoals Jezus goed te leven, zodat andere mensen nieuwsgierig worden en willen weten wie Jezus is.