Sint Josephkerk
Algemeen
De Jozefkerk staat met de pastorie in een wederopbouwwijk op een kerkeiland. De scholen en de winkels liggen in de directe omgeving van de kerk. De kerk vormt met de voorgevel het sluitstuk van een lange zicht-as in de vorm van een door de wijk snijdende brede straat. De toren is tot buiten de wijk te zien en fungeert als landmark.
De niet-georieënteerde zaalkerk heeft één zijbeuk en een toren. Het axiale banken wordt doorsneden door een middenpad. De zijbeuk is visueel afgescheiden door kolommen, die qua grootte voldoen aan de vereisten van de Bossche School. Ondanks de van oorsprong asymmetrische opzet liggen hoofdingang, middenpad en altaar/tabernakel in één lijn. De zij-ingangen laten bezoekers toe op de grens tussen koor en schip. De kerk is opgebouwd in baksteen zonder versieringen en heeft lange hoge vensters met een betonnen tracering vanaf de daklijst tot op de grond.
Onttrekking aan de eredienst
De Sint Josephkerk in Tegelen is op donderdag 19 maart 2009 onttrokken aan de eredienst. Dit gebeurde met een pontificale hoogmis opgedragen in aanwezigheid van de bisschop, oud-priesters en de deken. Aansluitend wordt een lichtprocessie gehouden naar de St. Martinuskerk.
Geschiedenis
In 1949 werd de naamgenoot van de bisschop tot bouwpastoor benoemd. De plannen voor een nieuwe parochie in Tegelen-noord stamden reeds uit 1938, maar de oorlog leidde tot uitstel. Na de oorlog echter bleek een nieuwe parochie nog steeds noodzakelijk en werd de parochie in 1949 opgericht. De noodkerk werd in 1950 gebouwd en in gebruik genomen. Deze was een ontwerp van H. Ververgaert en werd gebouwd door zijn broer, de aannemer J. Ververgaert. Het was een eenvoudige zaalkerk onder een zadeldak. In 1958 werd het gebouw ingericht tot parochiehuis. Dat zou zo blijven tot de verkoop aan Dansschool Tilly en Ruud Aarts in 1994. In 1953 werd architect Snelder benoemd. Pas in 1956 kwam de goedkeuring voor de kerk, zoals deze gebouwd werd. De bouw werd uitgevoerd door aannemer Ververgaert en op 2 september 1956 legde pastoor Lemmens de eerste steen. De bouw verliep voorspoedig en op 7 december 1957 werd de kerk ingezegend door deken Stoot. De kerk was als gevolg van bezuinigingen nog niet voorzien van het marmer, dat op het priesterkoor was gewenst, maar wel voorzien van een weerhaan en een door de Stichting Passiespelen Tegelen geschonken luidklok. De consecratie volgde op 22 juni 1964 door mgr. Moors.
Veranderingen
Door de bezuinigingen werd de pastorie eerst in 1962 gebouwd. In de kerk werden vanaf 1960 langzaam maar zeker de ramen voorzien van glas-in-lood door Daan Wildschut. In 1964 werd de vloer van het priesterkoor voorzien van kunstmarmer en werden de pilaren tussen het schip en de zijbeuk bekleedt met grijsverglaasde tegels. Ook de kapel werd van een nieuwe tegelvloer voorzien. In 1964 werd een verzakking in de vloer van de zangtribune geconstateerd. Hier bleek door een constructiefout de gehele tribune langzaam af te scheuren langs de opgaande muren. Eveneens in dit jaar werden de biechtstoelen vervangen. In 1966 werden de houten deuren tussen de kapel en de kerk vervangen door deuren van aluminium. (Zie onder bijzondere voorwerpen). In 1978 werd de oorspronkelijke witte kleur in de kerk op advies van Daan Wildschut vervangen door een creme-kleur. Tegelijkertijd werd een geluiddempende laag aangebracht op de muren, hetgeen de accoustiek ten goede kwam. In 1983 werd de dagkapel opnieuw ingericht. In 1984 werden de eerste, niet geaccepteerde, plannen gemaakt voor de herinrichting van het priesterkoor, door Snelder Jr. Het ontwerp van Snelder en frater Leo Disch OSB van Mamelis werd daarentegen direct goedgekeurd. Het plan voorzag in een herindeling van het priesterkoor volgens de principes van het 'plastisch getal'. Het altaar werd samengesteld uit de vrijkomende delen van de communiebanken, het ambon en het oude altaar. Het plaatsen van een koorbank voor het sacramentsaltaar werd niet als een bezwaar gezien. Overigens staat de bank nu aan de zijkant van het koor. Tevens werd een afscheiding gerealiseerd tussen de zijbeuk en het schip met rechthoekige kolommen, die eveneens volgens het plastisch getal zijn samengesteld. Hiertoe werden de bestaande ronde pilaren ommetseld. Tegelijkertijd werd het bankenplan aangepast door het symmetrisch te maken. Hiermee werden onopvallend ook nog eens 100 zitplaatsen verwijderd. In 1986 werd het plan uitgevoerd. De vrijkomende delen in de vloer werden met vergelijkbare tegels opgevuld. Wat opvalt, is dat zowel het altaar in de dagkapel als in de kerk niet op een supedaneum staan, maar zonder meer op de verhoging van het priesterkoor. In 2000 werden opnieuw plannen gemaakt, nu voor het verplaatsen van de doopvont. Ooit stond de doopvont in de doopkapel onder de toren, maar die is mogelijk snel verlaten, omdat deze klein is en de trap naar de toren duidelijk zichtbaar is. Daarna werden posities op het priesterkoor en in de zijbeuk ingenomen. De doopkapel dient tegenwoordig (2003) als opslagplaats. Nu werden de banken achter in de kerk verwijderd en aan de rechterzijde ontstond een ontvangstruimte, ingericht met tafels en stoelen, aan de linkerzijde werd een doopkapel gemaakt door in de vloer octogonale banden in de vloer te leggen met tegels en marmer. Tevens plaatste men stoelen rondom de doopvont. De ruimtes werden van de kerk afgescheiden door van hout, onder meer van de oude banken, een hekwerk te maken. In 2002 volgde realisatie van de plannen. De dagkapel had een plafond tot aan het dak, zodat de beide ossenogen aan de zijkanten en de lichtspleet aan de koorzijde van de dagkapel zichtbaar waren. In verband met de koude werd onlangs een systeemplafond in de dagkapel aangelegd. De ruimte daarboven, waarin de beide ossenogen staan en een venster, is nu loos en niet meer te bereiken. De banken werden verwijderd en vervangen door stoelen. De vloer werd belegd met marmeren tegels. Het aluminiumaltaar, dat onderdeel van een uit aluminium vervaardigde inrichting, was reeds in 1986 vervangen door een altaar uit Nijmegen. De overige aluminiumdelen bleven in gebruik.
Exterieur
De zaalkerk met absis en toren is opgetrokken uit rode baksteen in wild verband en is platvol gevoegd. De kerk staat onder een overstekend zadeldak met bakgoten, evenals het priesterkoor en de toren. De zijbeuk aan de Kerkhoflaan is gedekt met een lezenaarsdak. De daken zijn bedekt met roestbruin genuanceerde opnieuw verbeterde Hollandse pannen. De toren is met een verbindingsgang links van het midden tegen het schip aan de Van Wevelickhovenstraatzijde geplaatst De gevel aan de Gullickstraat heeft een topgevel, die naar de Kerkhoflaan doorloopt. De nis met toegangsdeur loopt door tot aan de dakrand. De toegang wordt afgesloten met een dubbele aluminium toegangsdeuren, met daarboven een rechthoekig venster. De deuren worden bereikt door een hoge trap. Rechts van de nis wordt de gevel doorbroken door een ossenoog, die licht toelaat in de ruimte boven de dagkapel. In de gevel aan de Kerkhoflaan staat de uitbouw aan de voorzijde van de kerk, met daarin de dagkapel. De dagkapel heeft ook aan de andere kant van de uitbouw, boven de zijbeuk, een ossenoog. Aan de Kerkhoflaanzijde treedt licht binnen in de dagkapel door een recht venster. In de lichtbeuk staan rechte vensters. De zijbeuk wordt verlicht door vierkante vensters. Tegen het priesterkoor, in de oksel met het schip, staat de sacristie onder een zadeldak. De sacristie heeft een dubbele houten deur als toegang tot de kerk. Het priesterkoor heeft aan de zijkanten een lichtspleet. Aan de afgesloten zijde aan de Broeklaan is een rechte absis tegen het priesterkoor gebouwd, het geheel is van een topgevel voorzien. De gevel van de Van Wevelickhovenstraatzijde is onderbroken door rechte vensters over de gehele hoogte. Aan de priesterkoorzijde is de toren met een verbindingsgang met de kerk verbonden. In deze gang met een plat dak wordt de kerk betreden door een dubbele houten toegangsdeur. De ongelede toren bestaat uit twee gesloten topgevels. De toren wordt afgesloten met twee spaarvelden met boven in een met beton getraceerd recht galmgat. Het zadeldak is bekroond met een weerhaan.
Interieur


De kerk wordt aan de Gulickstraatzijde betreden via een tochtportaal, dat van de kerk is afgesloten door een nieuwe glaswand met deuren. Op de vloeren in de kerk liggen marmertegels en grés-tegels. De muren zijn bepleisterd. Het plafond bestaat uit een met hout betimmerde open dakstoel. De zangtribune staat op het tochtportaal en is aan de dagkapelzijde gesloten. Op de zangtribune liggen ijzeraarden splijttegels. Licht treedt aan deze zijde binnen door een recht venster. Het schip wordt verlicht door rechte vensters over de gehele hoogte aan de zijde van de Van Wevelickhovenstraat. Aan de koorzijde in de zijgevel staat een dubbele glazen deur. Deze geeft toegang tot de zij-ingang en de voormalige doopkapel. De doopkapel is gevestigd in de onderste verdieping van de toren heeft een trap naar de toren. De ruimte is in gebruik als opslagplaats. Aan de andere zijde staat de zijbeuk, die van het schip wordt gescheiden door rechthoekige kolommen, die de lichtbeuk dragen. In de lichtbeuk wordt licht toegelaten door rechte vensters over de gehele hoogte van de muur. Aan de ingangszijde van het schip is een deel met een houten hekwerk afgescheiden, waarin de doopvont staat, omringd door stoelen. Hier zijn in de vloer octogonale ringen aangebracht in het marmer. Aan de ander zijde van het middenpad is een open ruimte aangekleed met tafels en stoelen. De zijbeuk is recht en heeft aan de koorzijde een Maria-altaar, waarnaast de zij-ingang toegang geeft tot een portaal. Aan de Gullickstraatzijde is de dagkapel bereikbar door een dubbele aluminium deur. Het koor is ingesnoerd ten opzichte van het schip en heeft aan weerszijden een venster over de geheel hoogte. De absis is verhoogd met een supedaneum. De tabernakel staat hier niet op, maar staat op een ingemetseld marmeren blad in de absis. De dagkapel staat naast de hoofdingang en wordt bereikt door de glazen deur vanuit het tochtportaal of vanuit de aluminium deuren in de zijbeuk. Op een verhoging in de ruimte is het vieringaltaar geplaatst. De vloer is bekleed met marmer. Het verlaagde plafond is voorzien van een systeemplafond, dat in een keperboog hangt. Hierdoor zijn de ossenogen aan weerszijden en het rechte venster aan de altaarzijde niet meer zichtbaar.
(Bron: Dr A. Jacobs en Drs. A.A. Wiekart – Kerken na 1940. Inventarisatie en waardenstelling kerkelijke bouwkunst na 1940 –Roermond – Stichting Monumentenhuis Limburg, 2003).